Geschiedenis, achtergronden en ander leesvoer.

 

BBEK en Omroerkoor in de KVS in Brussel (foto Lili Bammens)

 

1

 

 

Onderzoek naar de wortels van het arbeiderslied

en de arbeiderskoren

Ontwikkeling tot de strijd- en solidariteitskoren van vandaag.

 

Een groeidocument dat nog met verdere bijdragen zal worden aangevuld met teksten over: het oude Volkshuis van Brussel, de kopmannen van de arbeidersbeweging zoals gebeiteld op het fronton van het Volkshuis, Victor Horta en de progressieven, internationale solidariteit: case study van de Mijnwerkersstaking in Schotland in 1926, het Lied: De Wapens neer! en zijn tegenhanger in Duitsland.

 

Ten geleide

 

Het arbeiderslied kan vele vormen en stijlen aannemen. Zijn voornaamste kenmerk is dat het ontstaat en gezongen wordt vanuit het perspectief van de arbeidersbevolking die sinds het begin van de 19de eeuw een nieuwe status heeft verkregen door de komst van het kapitalisme en de industriële revolutie. In de 19de eeuw, als die status geassocieerd wordt met bittere ellende en ongeorganiseerde opstandigheid, zou men kunnen spreken van het “proletarisch lied”. Later, als de nieuwe klassenposities beter (h)erkend worden en de arbeidersbeweging beter georganiseerd, zou men kunnen spreken van het “arbeiderslied”.

 

In de gewone Vlaamse lieduitgaven vind je wel eens oude of moderne protestsongs en ambachtsliederen, maar zelden een echt arbeiderslied. Dat vind je wel in alternatieve uitgaven, bijvoorbeeld van de arbeidersbeweging zelf, of bij ijverige onderzoekers als Jaap van de Merwe. De “grote” traditionele onderzoekers van het Vlaamse volkslied als Jan-Frans Willems en Florimond Van Duyse hadden er geen belangstelling voor. Meer aandacht kreeg het sociale lied van verzamelaars als Pol De Mont en Lepage & Vankenhove; maar deze laatsten zijn nooit toegekomen aan het uitgeven van hun geplande verzameling.

 

In de bronnen die we wél hadden, vonden we honderden arbeidersliederen. Maar hoeveel zijn er nooit opgetekend of zijn verloren gegaan of liggen nog ergens te wachten op ontdekking?

 

Het arbeiderslied was motor en getuigenis van een fundamenteel, collectief en individueel  langdurig bewustwordingsproces in onze gewesten. Het was een markante, invloedrijke en ruim verspreide factor in de muzikale en poëtische traditie van de volkscultuur in de 19de en 20ste eeuw. Over dat belangrijke deel van ons erfgoed is bij ons weten nooit een alomvattende studie gemaakt, hoewel de licentiaatsverhandeling van Rik Vandecaveye (Gent, 1978) ( zie: http://www.flw.ugent.be/btng-rbhc/pdf/BTNG-RBHC,%2011,%201980,%201-2,%20pp%20171-204.pdf) daartoe een mooie aanzet gaf. Op de term “arbeiderslied” en op de bronnen en de studies van het arbeiderslied komen we terug in een apart artikel.

 

 

 

 

Vive la sociale! is op de eerste plaats een artistiek project, waarbij historisch materiaal verwerkt wordt in een fictieve constructie. Dat laat toe te spelen met factoren als chronologie om bijvoorbeeld contrastwerking te verhogen of af te zwakken. En ook al is die fictieve context eveneens geïnspireerd op een historische situatie - een teerfeest van een arbeidersorganisatie -, het blijft een geconstrueerde momentopname die een evoluerende tijdsgeest in luttele minuten tracht te weerspiegelen. Wetenschappelijke nauwgezetheid of volledigheid is hier nauwelijks mogelijk.

 

Toch stellen wij het op prijs voor de uitvoerders, voor de toeschouwers en voor andere geïnteresseerden de historische context van het gekozen materiaal te duiden, voor zover dat in onze mogelijkheden ligt. Dat doen we met onze bescheiden middelen in de marge van de voorstelling via allerlei kanalen, o.m. via een programmaboekje of via “vliegende blaadjes”, via onze website, via een pedagogisch project waarvoor de faculteit Geschiedenis van UGent haar medewerking toezegde.

 

Voor de keuze van de liederen stonden ons heel wat liedverzamelingen ter beschikking en voor de contextuering konden we beroep doen op buitenlandse en binnenlandse bronnen, waaronder de uitgaven van AMSAB, van het Centrum voor Studie en Documentatie vzw te Antwerpen, van het Museum voor Industriële Archeologie en Textiel in Gent of van conservator Wim Bosmans van het muziekinstrumentenmuseum te Brussel.

 

Wij presenteren onze informatie in een aantal afzonderlijke artikels die slechts enkele  onafhankelijke deelaspecten van de geschiedenis van het arbeiderslied of van de geschiedenis achter het arbeiderslied aanraken. We hebben daarbij geen enkele wetenschappelijke pretentie. In tegendeel. We hopen dat er ooit aan het arbeiderslied een diepgravende studie wordt gewijd die het fenomeen breed aanpakt met aandacht voor alle historische, cultuurhistorische, literaire, taalkundige en musicologische aspecten. Tot nu toe ontbreekt zo’n studie en zijn we blij met de aandacht die historici als Rik Vandecaveye, Denise De Weerdt en Tineke Bruyneel aan dat lied hebben gewijd. Van docent Thomas Crombez (UA), die momenteel onderzoek doet naar spreekkoren en massaspelen, kregen we interessante informatie over het Interbellum.

 

 

'Per ottanta centesimi' (Voor 80 cent) - Angelo Morbelli - Italiaans schilder (1853-1919)

 

150 jaar geleden

 

Het canaille zingt en organiseert zich

 

150 jaar geleden voert een mutualiteit van Franse arbeiders een heel onschuldige actie: zij sparen! Sparen was zo ongeveer het enige wat arbeiders toen in groepsverband mochten doen; politieke actie was taboe. Het doel van hun actie is merkwaardig. Ze sparen voor een toeristisch-educatief uitstapje naar Londen. Daar wordt namelijk een leerrijke tentoonstelling gehouden, de Wereldtentoonstelling van 1862…

 

 

Napoleon III, een hardvochtig dictator die af en toe botst met de machtige Franse bourgeoisie, hengelt bij momenten naar de sympathie van het gewone volk. Met welgevallen kijkt hij naar de actie van de brave, leergierige arbeiders. Om enige steun te verkrijgen bij dat deel van de bevolking geeft hij de arbeiders de toestemming voor hun educatief reisje naar Londen. Zo gebeurt het dat een grote delegatie van 183 Franse arbeiders in 1862 naar Engeland trekt.

 

Terwijl Victor Hugo bij een Belgische uitgever het manuscript van ‘Les Misérables’ bezorgt, terwijl de anarchistische filosoof  Proudhon met klikken en klakken uit België wordt gesmeten, hebben in Londen Franse en Engelse arbeiders hun eerste ontmoetingen die tot de oprichting van een sterke internationale arbeidersorganisatie zullen leiden. In 1864 wordt dan formeel de Internationale Associatie van Arbeiders (de Eerste Internationale) opgericht. Karl Marx schrijft de statuten.

 

 

Het eerste lokaal van de Internationale Associatie van Arbeiders in Parijs.

 

De letterzetter souffleert

 

In 1868 wordt het 4de congres van de Internationale in Brussel gehouden en wordt een Belgische afdeling opgericht. Die groeit heel snel naar tienduizenden leden. De Brusselse dokter Cesar de Paepe, een gewezen letterzetter, speelt daarin een belangrijke rol.

In 1869 (1868 volgens Dirk Wilmars) duikt de Internationale op in een lied van Antwerpenaar Rik Van Offel (1844-1900). Van Offel was bakkersgast en letterzetter, later toneelsouffleur, een militante kerel die zich inzet voor de prille vakbond.

 

 

De laatste strofe van het bewuste lied luidt:

Maar het kanailje begint thans te beseffen,

’t Ontwaakt allengs, maar ’t is bedaard in schijn…

Het wil als mensch zich naast den mensch verheffen,

Het wil niet langer slaaf der luiaards zijn.

Aanziet den stroom der Internationale,

Hij wast steeds aan, eens breekt hij dijk en wal,

’t Is het Kanailje, dat als een bliksemstrale,

De wereld eens voor zich hervormen zal!

 

 

Op het moment dat hij dit Canaillelied in het openbaar begint te zingen, is Rik van Offel souffleur bij een bekend reizend toneelgezelschap. Zijn militantisme, zijn positie van geletterde proletariër en de strekking van het Canaillelied doen vermoeden dat Van Offel zelf lid is van de Internationale. Zijn collega Jan Vandenacker, muzikant bij hetzelfde toneelgezelschap, bedenkt een nieuwe melodie voor het Canaillelied. Dat is vrij uniek. In die dagen worden nieuwe volksliedjes immers meestal gedicht op reeds bestaande melodieën.

 

De tekst van het lied verschijnt in 1869 in het Antwerpse weekblad ‘De Werker’, de voorloper van de ‘Volksgazet’. In 1871 wordt het lied ook gepubliceerd in de Nederlandse krant ‘De Werkman’ en verschijnt het op Nederlandse socialistische vliegende blaadjes. Het wordt ook opgenomen in een van de eerste ‘rode’ boekjes die in Nederland gepubliceerd worden: ‘Vrije Zangen – sociale liederen en gedichten door Hendrik van Offel, uitgegeven door den Werkmanskring De Vrienden’ (Amsterdam, 1872). Van Offel zelf populariseerde het lied ook door zijn vele optredens als dichter-zanger in Vlaanderen en Nederland, vooral op partij- en vakbondssamenkomsten.

 

 

 

De politie noteert

 

De politie hield dat allemaal nauwgezet in de gaten. In geheime rapporten duikt Van Offel geregeld op. De wetsdienaars begrepen immers verdomd goed waarover Van Offel zong.

 

Uit een Amsterdams politierapport: “Eindelijk trad de acteur Hendrik van Offel op (…) en zong het lied der Internationale, door hemzelf vervaardigd, getiteld ‘Het Canaille’”.

 

Uit een ander politierapport: “Hierna werd een republikeinsch vers voorgedragen door een persoon, welke naar den tongval te oordeelen een Belg was, waarop door de gezamenlijk aanwezigen het bekende lied ‘Het Kanailje’, waarvan ik hierbij een Exemplaar overleg, gezongen is geworden”. Dit onverdacht politieverslag beschrijft Het Kanailje dus als een bekend lied dat door iedereen werd meegezongen. Meer dan honderd jaar bleef het lied populair en werd het gezongen bij allerhande acties. In 1980 werd het nog opgenomen in een bundel socialistische liederen uitgegeven door het Fonds Leo Magits i.s.m. uitgeverij S.M. Het Licht te Brussel.

 

Opmerkelijk aan het Canaillelied is de manier waarop het verspreid werd. Dat het lied op vlugschriften verspreid werd bij gelegenheden waarbij de zanger/maker zelf optrad, was niet ongebruikelijk. Marktzangers deden dat ook. Maar het Canaillelied werd dus ook heel vlug opgenomen in gedrukte massamedia voor het volk. Later zal de socialistische pers heel wat liedteksten publiceren.

 

Toch gebeurde de verspreiding van de liederen vooral door mond-aan-mond-overlevering, want natuurlijk werd in de gedrukte media de melodie niet weergegeven. Wie zou dat hebben kunnen lezen?

 

 

 

De ervaring leert

 

Het Canaillelied is niet het eerste lied in de traditie van proletarische liederen in België, net zo min als de Eerste Internationale het begin was van de arbeidersbeweging. Mijlpalen zijn het wel.

 

Uit dit voorbeeld van een proletarisch lied treedt een aspect naar voren dat we ook in andere proletarische liederen zullen aantreffen, een aspect dat het proletarisch lied ‘verheft’ tot de status van volkslied bij uitstek.

 

Wat is dat bijzondere aspect? Dat is de bijzondere, objectief aanwezige en emotioneel aangevoelde band die er heerst tussen de liedmakers én hun onderwerp én de massa van de zangers. Die band bestaat uit de massaal gedeelde en ervaren maatschappelijke staat waarin het opkomend kapitalisme een groot deel van de bevolking gemanoeuvreerd heeft in enkele tientallen jaren tijd. De snelheid waarmee de verpaupering en sociale achteruitgang toesloeg, maakte die evolutie duidelijk waarneembaar en aanvoelbaar. Van het ancien regime met zijn standenmaatschappij naar het kapitalisme met zijn vrijheid van uitbuiting. Van de drop in de regen.

 

In tegenwoordige termen: de makers van het proletarische lied treden op als ervaringsdeskundigen van de bezitloze massa in haar strijd tegen de heersende klasse. Rik Van Offel was niet de enige in die positie. Het arbeiderslied is geen academische aangelegenheid. Vele proletarische dichters zijn, door hun lot of door hun eigen keuze, mensen van de praktijk van de strijd. De meeste liederen sluiten ook direct aan bij actuele strijdpunten uit die tijd.

 

-----------------------------------------------------------------

Meer over arbeiderskoren in Duitsland, na de 1e Wereldoorlog - Agitpropaganda vind je hier.

 

 Terug naar beginpagina